King Arthur’s Gold biedt twee verschillende manieren om samen te werken, maar die vormen niet allebei even grote onderdelen van het spel. De speciale Challenges-modus zet een groep aan dezelfde kant van een doel; in de grotere kasteelgevechten strijdt jouw team juist tegen een ander spelersteam, in plaats van met één grote groep een PvE-campagne te spelen. Zoeken jullie een uitgebreid, verhaalgedreven co-opavontuur, dan is dit een ander soort spelavond: in deze middeleeuwse 2D-actiegames kan een muur tijdens het gevecht veranderen in een tunnel, een brug of een hoop puin.

De co-opmodus draait om gerichte gezamenlijke uitdagingen

Challenges zijn de duidelijkste keuze als je samen een opdracht wilt uitvoeren in plaats van tegen een ander team te spelen. Elke map draait om een compact doel, waarbij routes, beweging of tijdslimieten bepalen wat de groep moet doen; je kunt ook resultaten vergelijken. Het voelt eerder als een reeks korte arcadescenario’s dan als een verhaalcampagne met hoofdstukken.

De drie klassen pakken die doelen elk anders aan, wat voor variatie per scenario zorgt. Challenges is de meest directe co-opmodus van het spel, maar door de compacte opzet blijft het een nevenactiviteit en niet het hele spel.

Er zijn aparte solomodi om de besturing te leren en dingen uit te proberen. Tutorials laten het bouw- en vechtsysteem zien, Sandbox opent een gegenereerde map met bouwmaterialen en Swordfight stuurt computergestuurde vijanden in golven op je af. Zo kun je beweging, wapens en bouwwerken leren kennen, maar de grotere online modi veranderen daardoor niet in co-opmissies met bots.

Teamspel is meestal een strijd tussen twee teams

In de grotere wedstrijden komt het kasteelbouwidee goed tot zijn recht. Capture the Flag, Take the Halls en Team Deathmatch verdelen spelers over twee kampen. Jij en je vrienden kunnen in hetzelfde team zitten en aan hetzelfde doel werken, maar de tegenpartij bestaat meestal ook uit andere mensen. De samenwerking lijkt daarmee op teamsport: iedereen draagt bij aan een gezamenlijk resultaat terwijl een ander team jullie probeert tegen te houden.

Bij Capture the Flag verdedigt elk team een basis en een vlag, met de vijandelijke vlag als doel. Teams kunnen hun bouwwerken vanaf het startgebied uitbreiden, routes door het fort verdedigen of een pad door de muren van de tegenpartij slaan. Take the Halls verplaatst de strijd naar verschillende plekken op de map; Team Deathmatch richt zich op het uitschakelen van het andere team. Communityservers kunnen eigen regels en maps toevoegen, dus een wedstrijd kan per server anders verlopen.

Dat verschil is belangrijk bij het plannen van een spelavond. Een co-opuitdaging met alleen vrienden is niet hetzelfde als een openbare CTF-wedstrijd: bij de eerste voer je met de groep één opdracht uit, bij de tweede speel je met teamgenoten tegen menselijke tegenstanders. Houden jullie van samen bouwen en verdedigen, maar ook van een tegenstander, dan blijven de grote teammodi misschien het meest bij. Wil je dat iedereen tegen de AI vecht en één doorlopend verhaal deelt, dan biedt het spel die structuur niet.

Drie klassen verdelen het werk in een team

Elke wedstrijd draait om de Knight, Archer en Builder. Je kunt bij geschikte bouwwerken van klasse wisselen, dus je keuze is geen permanente personageontwikkeling. De klasse bepaalt vooral wat je deze ronde doet en welke mogelijkheden je team rond het fort heeft.

De Knight neemt zwaard en schild mee naar gevechten van dichtbij en kan explosieven gebruiken om bouwwerken te beschadigen of vijanden aan te vallen. Het schild beschermt de Knight en teamgenoten in de buurt; zwaardaanvallen lopen uiteen van snelle steken tot zwaardere slagen. In een drukke doorgang kan het schild de opening blokkeren terwijl anderen eromheen bewegen. Met bommen kan de Knight zowel muren als tegenstanders bedreigen, al kunnen explosieven en serverregels de precieze mogelijkheden in een wedstrijd veranderen.

De Archer vecht op afstand met een boog en gebruikt een enterhaak om zich door het landschap te bewegen. Pijlen gaan over de open ruimte tussen kastelen; met de haak bereikt deze klasse blokken en bomen die voor anderen lastig te beklimmen zijn. Daardoor ziet de Archer dezelfde strijd vanuit een ander perspectief: deze klasse kan over een opening aanvallen of over een fort bewegen in plaats van bij de poorten en fundamenten te werken.

De Builder is het sterkst verbonden met de spelwereld zelf. Deze klasse verzamelt hout en steen, graaft door terrein, plaatst blokken, herstelt bouwwerken en maakt ladders, deuren, vallen en werkplaatsen. De Builder kan een route voor teamgenoten versterken of materiaal weghalen dat die route blokkeert. Het teamfort is geen stil decor, maar een gezamenlijk bouwwerk dat bestand moet zijn tegen aanvallers, veranderende routes en mogelijke instorting.

De rollen vullen elkaar aan zonder dat een vaste klassenverdeling verplicht is. Terwijl sommige spelers aan het front vechten, kan iemand anders materialen verzamelen of het fort repareren. Omdat je bij bepaalde bouwwerken van klasse kunt wisselen, verandert de samenstelling van het team tijdens een wedstrijd. Iedereen kan een andere bijdrage leveren, ook zonder voicechat of een strikt plan.

Twee stenen forten staan tegenover elkaar, gescheiden door beschadigde tunnels; kleine vechters en projectielen vliegen boven de opening.

De map verandert terwijl het team vecht

Een wedstrijd begint met meer dan alleen vechten. Builders halen hout uit bomen en steen uit ondergrondse afzettingen en maken daarmee muren en routes die een basis met de rest van de map verbinden. Ladders en platforms geven toegang tot hoger terrein; deuren zorgen voor doorgangen die het team kan controleren; werkplaatsen veranderen lege ruimtes in plekken waar nuttige voorwerpen worden gemaakt. Die bouwwerken kunnen helpen bij de verdediging, maar worden ook doelwit.

Vernieling hoort bij het bouwsysteem en is geen apart effect aan het einde van een ronde. Met een houweel graaf je een tunnel door steen of verzwak je een muur, bommen en belegeringswapens breken door versterkingen en vuur kan hout verteren. Ook water en terrein beïnvloeden beweging en gevechten. Als een bouwwerk genoeg steun verliest, kunnen delen instorten en puin naar beneden vallen. Een route die tijd kostte om te bouwen, kan na enkele aanvallen een kortere weg voor het andere team worden.

Door de fysieke map zien zelfs bekende doelen er per server anders uit. Een vlaggenloop kan via een laddertoren gaan, door een tunnel onder de grond of door een gat waar een ingestorte brug lag. Een verdedigingsmuur kan aanvallers vertragen, maar houdt ze niet gegarandeerd tegen. Beide kanten hebben middelen om het terrein te veranderen, dus bouwen is nuttig zonder een fort onkwetsbaar te maken.

Belegeringsmachines en transport voegen grotere bewegende onderdelen toe. Katapulten kunnen zware projectielen of spelers wegschieten, terwijl schepen en andere voertuigen manieren bieden om water over te steken of een aanval mee te nemen. Belegeringswapens en bouwwerken voor respawns hangen af van de modus en serverregels. De precieze uitrusting en bouwmogelijkheden gelden dus niet overal. De basis blijft hetzelfde: teams veranderen de map terwijl ze erom vechten.

Vooruitgang begint opnieuw bij elke wedstrijd

King Arthur’s Gold heeft geen lang co-opontwikkelingstraject. Munten en materialen horen, als een modus ze gebruikt, bij de wedstrijd: spelers verdienen grondstoffen en besteden die aan uitrusting of bouwwerken. Een nieuwe ronde brengt een nieuwe map en nieuwe serverregels, niet een permanent personageniveau waardoor één vriend sterker wordt dan de rest.

Steam-achievements en cosmetische hoofddeksels staan los van het gedeelde tactische werk in een ronde. Mods en aangepaste servers kunnen de regels veranderen en meer variatie bieden, maar ze zijn door de community gemaakt en kunnen eigen installatie- of instelstappen vereisen. Die vrijheid maakt het spel ongewoon open, al is een gemodde server niet automatisch de makkelijkste manier om met een eerste groepssessie te beginnen.

De doelgerichte Challenges-modus en grotere teammodi bieden verschillende redenen om terug te komen. Bij Challenges probeer je als groep een compact doel zo snel of goed mogelijk te halen. In CTF of Take the Halls bepalen de map, serverinstellingen en tegenstanders hoe een fort wordt gebouwd en aangevallen. Dezelfde aanpak levert niet gegarandeerd hetzelfde resultaat op wanneer het terrein vernielbaar is en het andere team de map ook kan veranderen.

Met je groep op dezelfde server komen

Online co-op en online PvP zijn de belangrijkste manieren om met vrienden te spelen; multiplayer tussen platforms wordt ondersteund. Er zijn versies voor Windows en Ubuntu Linux. Controllerondersteuning is gedeeltelijk; de besturing van de klassen is ontworpen voor muis en toetsenbord.

Je kunt een dedicated server hosten; de inrichting kan configuratie en netwerkpoorten vereisen. De serverinstellingen bepalen de modus, mapcyclus, spelerslimiet en overige regels.

De stijl bestaat uit heldere, hoekige pixelkunst, met piepkleine figuren die door bossen, stenen forten, tunnels en water rennen. De toon is bewust zowel melig als gewelddadig: personages zijn klein, door de fysica kan een brug op de mensen eronder instorten en gevechten kunnen het scherm vullen met pijlen, bommen, puin en pixelbloed. Het speelt eerder als een chaotische cartoon dan als een realistische middeleeuwse oorlog, maar de actie kan nog steeds intens zijn.

King Arthur’s Gold past bij vrienden die graag samen bouwen en zien hoe hun werk onderdeel wordt van een gevecht. Challenges biedt een gezamenlijk, afgebakend doel; in de grotere teammodi wordt het bouwen onderdeel van de strijd tegen andere spelers.

Screenshots

Tags